Staken van de onderneming
Staking van de onderneming
Inleiding
Indien een onderneming wordt beëindigd (= staking), moet in beginsel met de fiscus worden afgerekend over de zogenaamde stakingswinst. Stakingswinst moet worden onderscheiden van de 'gewone' winst die tot het moment van de overdracht met de normale exploitatie behaald wordt. De stakingswinst kan bestaan uit stille reserves, fiscale reserves en goodwill.
Stille reserves
Het is mogelijk dat gedurende de looptijd van een onderneming er zogenoemde stille reserves zijn ontstaan. Er wordt gesproken van stille reserves wanneer een ondernemer al wel winst heeft gehaald, maar deze winst tijdens de looptijd van de onderneming nog niet is meegenomen in de winst uit onderneming waarover de ondernemer inkomstenbelasting verschuldigd is geweest. Voorbeelden hiervan zijn bijvoorbeeld de waardestijging van het ondernemerspand of van machines, welke gedurende de looptijd van de onderneming veelal tegen een lagere waarde op de ondernemingsbalans (blijven) staan dan dat de werkelijke waarde hiervan bedraagt. Dit waardeverschil is nog niet tot uitdrukking gekomen in de winst van de onderneming en hierover is dan ook nog geen belasting betaald. Op het moment van het staken van de onderneming zal er alsnog afgerekend moeten worden over het verschil tussen de werkelijke waarde van de vermogensbestanddelen van de onderneming en de boekwaarde en komt op dat moment het waardeverschil alsnog tot uitdrukking in de winst.
Fiscale reserves
Fiscale reserves mogen worden gevormd uit de winst voordat de verschuldigde inkomstenbelasting over de winst berekend wordt. Het betreffen als het ware tegemoetkomingen om fiscaalvriendelijk geld opzij te zetten voor bepaalde toekomstige uitgaven. Voorbeelden hiervan zijn de herinvesteringsreserve (voorheen vervangingsreserve) en de egalisatiereserve. Van deze reserveringen mag slechts gedurende de looptijd van een onderneming gebruik gemaakt worden. Wanneer een onderneming gestaakt wordt, zal er over de reserveringen (alsnog) inkomstenbelasting betaald moeten worden.
Goodwill
De onderneming kan ook meer waard geworden zijn door opgebouwde goodwill. Het is mogelijk dat een overnemende partij bereid is om een hoger bedrag te betalen voor de onderneming dan de waarde van de afzonderlijke vermogensbestanddelen waar de onderneming uit bestaat, bijvoorbeeld vanwege de gunstige ligging of de goede naamsbekendheid van de onderneming. Het verschil tussen de waarde in het economische verkeer van de onderneming en de waarde van de afzonderlijke vermogensbestanddelen wordt goodwill genoemd.
De hierboven genoemde in een onderneming aanwezige reserves en goodwill worden op het moment van de staking, wanneer de ondernemer de waarde hiervan als het ware contant in handen zou kunnen krijgen, alsnog als 'stakingswinst' in de heffing van inkomstenbelasting betrokken.
Oudedagsreserve
Tenslotte dient bij staking van de onderneming ook de oudedagsreserve (voorheen: FOR) te worden afgewikkeld. Het bedrag van de oudedagsreserve behoort in beginsel tot het progressief belaste inkomen in het jaar van staking. Gekozen kan worden voor de mogelijkheid om afrekening over de oudedagsreserve uit te stellen door afstorting ervan in een lijfrenteverzekering.
Naast de genoemde eindafrekening kan -voor zover de desinvesteringstermijn nog niet is verstreken- ook een desinvesteringsbetaling of -bijtelling inzake de regeling voor investeringsaftrek aan de orde komen.
Stakingswinst
De stakingswinst wordt gevormd door het verschil tussen de werkelijke waarde van de onderneming en de fiscale boekwaarde. Deze stakingswinst bestaat, zoals hierboven is beschreven, uit de stille reserves in de bedrijfsmiddelen en de goodwill. Ook over eventuele fiscale reserves en een eventuele desinvesteringsbijtelling moet belasting worden betaald. Daar er gestaakt wordt naar de waarde in het economisch verkeer dient er over de stakingswinst belasting te worden betaald. Van de stakingswinst kan een bedrag van € 3.630 onbelast worden genoten. Het meerdere wordt belast in Box I tegen progressief tarief. Daarnaast geniet de ondernemer die aan het urencriterium (1225 uur per jaar moet aan de onderneming zijn besteed) voldoet vanaf 2007 de zogenaamde MKB-vrijstelling. De MKB-winstvrijstelling bedraagt 10% van de winst uit onderneming. Dit is de winst na de ondernemersaftrek, zoals de zelfstandigen- en stakingsaftrek. Indien een ondernemer zijn onderneming staakt en daardoor niet aan het urencriterium voldoet, heeft hij toch recht op de MKB-winstvrijstelling indien hij in drie of meer van de vijf voorafgaande kalenderjaren heeft voldaan aan het urencriterium.
De mogelijkheid van een verhoogde lijfrentepremieaftrek
Er bestaat een mogelijkheid om directe fiscale heffing te voorkomen door gebruik te maken van de lijfrentepremieaftrek. In het jaar waarin een onderneming wordt gestaakt, kan de maximale lijfrentepremieaftrek namelijk aanzienlijk worden verhoogd. Hiervan kan in beginsel gebruik gemaakt worden indien binnen zes maanden na het einde van het kalenderjaar waarin de onderneming is gestaakt een lijfrente wordt aangekocht, dus bij staking in 2007 moet de premie uiterlijk 30 juni 2008 aan de verzekeraar betaald zijn.
Premiegrondslag
Normaliter wordt de jaarruimte in een jaar (t) berekend aan de hand van de inkomensgegevens van het jaar voorafgaand aan het belastingjaar (t-1). Dit geldt ook voor stakende ondernemers. Voor deze categorie heeft de wetgever echter een uitzondering gemaakt. Op verzoek van de belastingplichtige kan een ondernemer de jaarruimte in het jaar van staking (t) berekenen aan de hand van de inkomensgegevens in het jaar van staking zelf. Dit leidt in het jaar van staking derhalve doorgaans tot een hoge(re) jaarruimte. Als de stakende ondernemer hiertoe een verzoek heeft gedaan dan mag in het jaar volgend op het stakingsjaar (t+1) bij de bepaling van de premiegrondslag de stakingswinst niet worden meegenomen in de berekening van de jaarruimte.
Gekozen kan worden uit de volgende lijfrentevormen:
Oudedagslijfrente
Een lijfrente waarvan de termijnen toekomen aan de belastingplichtige en uiterlijk ingaan in het jaar waarin hij de leeftijd van 70 jaar bereikt, en uitsluitend eindigen bij zijn overlijden;
Nabestaandenlijfrente
Een lijfrente waarvan de termijnen toekomen aan een natuurlijk persoon, die uitsluitend ingaan bij het overlijden van de belastingplichtige of van zijn (gewezen) partner. In bepaalde gevallen mag de lijfrente slechts eindigen op uiterlijk de 30-jarige leeftijd dan wel bij het overlijden van de gerechtigde. Dit doet zich bijvoorbeeld voor bij ouders, kinderen, kleinkinderen, zussen, broers, neven en nichten van de belastingplichtige.
Tijdelijke oudedagslijfrente
Een lijfrente waarvan de termijnen toekomen aan de belastingplichtige, een looptijd hebben van ten minste vijf jaar, niet eerder ingaan dan (naar keuze)in het jaar waarin hij de leeftijd van 65 jaar bereikt, of in het jaar waarin hij pensioen gaat genieten, maar uiterlijk in het jaar waarin hij de leeftijd van 70 jaar bereikt. Het totale bedrag van deze termijnen mag niet meer belopen dan € 19.468 per jaar.
Met betrekking tot de stakingswinst is de mogelijkheid tot verhoging van de aftrekruimte aan bepaalde maxima gebonden. Deze maxima zijn in het algemeen afhankelijk van de leeftijd van de ondernemer. De 'extra' lijfrentepremieaftrek uit hoofde van de staking bedraagt maximaal het bedrag van de stakingswinst, maar niet meer dan:
€ 417.874 (2008) als de ondernemer:
- 60 jaar of ouder is of
- 45% arbeidsongeschikt is (en de lijfrentetermijnen binnen 6 maanden na staking ingaan) of
- is overleden
€ 208.942 (2008) als:
- de ondernemer 50 jaar of ouder is of
- de lijfrente direct ingaat
€ 104.476 92008):in alle overige gevallen.
Op genoemde bedragen komt het volgende in mindering:
- bedrijfsbeëindigingsvergoedingen van overheidswege, voor zover die bestaan uit een recht op periodieke uitkeringen;waarde van aanspraken op IOAZ
- waarde van pensioenaanspraken opgebouwd tijdens het bestaan van deze onderneming
- stand oudedagsreserve aan het begin van het stakingsjaar
- de in de voorgaande kalenderjaren afgetrokken premies voor lijfrenten (ook premies voor lijfrenten uit hoofde van de 2e tot en met 5e tranche conform de Wet op de inkomstenbelasting 1964
- niet premies voor pre brede herwaarderingslijfrente en uit hoofde van de 1e tranche).
(bron NN)
